Translate

Windlichtjes haken

potjes omhaken, kerstlichtjes
Deze vrolijke kaarsenhouders of windlichtjes zijn gemaakt van lege jampotjes en een restje katoen. Een heel simpel patroontje met een snel en leuk resultaat. Leuk voor de kerst, maar je kunt ze natuurlijk altijd gebruiken als je een theelichtje op een veilige en leuke manier wilt laten branden.


Zet een aantal lossen op dat deelbaar is door 4. Maak de opzettoer net zo lang tot hij met moeite om het potje past. Hij hoeft niet eens aan te sluiten, dat komt later vanzelf goed. Zet de cirkel met een halve vaste aan elkaar.
Toer 1 - 3 lossen als eerste stokje. Haak stokjes op elke losse. Het totaal moet deelbaar zijn door 4. Sluit met een halve vaste in de 3 eerste lossen.
Toer 2 -  3 lossen. Haak stokjes op de vorige steken, maar steek alleen in in de achterste lus. Op die manier ontstaat er een smal lijntje aan de buitenkant. Sluit af met een halve vaste.
Toer 3 - 5 lossen, een vaste in de vierde steek. Herhaal tot het einde. Haak de laatste vaste niet in de steek van de vorige toer, maar in de eerste lossenboog waarmee je bent begonnen.
Toer 4 - 3 lossen, een halve vaste in de vaste die je in de lossenboog haakte. Dit is een picootje. 4 lossen, een vaste in de volgende lossenboog, 3 lossen, een halve vaste in de vaste. Nog een picootje. Haak de toer verder tot je bij het eerste picootje bent. Niet eindigen, je blijft rondhaken.
Toer 5 - [4 lossen, haak een vaste in de lossenboog voorbij het picootje. 3 lossen, een halve vaste in de vaste] herhaal dit deel tot de hoogte voldoende is om het hele potje te bedekken. Rek het hoesje op bij het passen.
Let erop dat je bij het passen de beginrand iets onder de bodem houdt. De onderkant trekken we later strak door er een draadje doorheen te rijgen en het aan te trekken zodat alles mooi strak komt te zitten.

Als de hoogte voldoende is, haak je 4 lossen. Je haakt bij deze laatste toer geen picootjes meer. Een vaste in de lossenboog na het picootje. Ga verder tot je het begin van de toer hebt bereikt. In het voorlaatste boogje haak je een vaste, 2 lossen en een halve vaste in de eerste vaste van deze toer. Let erop dat je overal hetzelfde aantal openingen hebt zodat het hoesje voor de pot overal even hoog is.

Haak nu in elke lossenboog 5 stokjes, een halve vaste in de vaste van de vorige toer.  5 stokjes in de volgende lossenboog, een halve vaste in de vorige vaste. Ga door tot je rond bent, eindig met een halve vaste in de laatste halve vaste. Knip je draad af en werk hem weg in je werk.

Haak nu nog een koord dat lang genoeg is om om de schroefrand van het potje te knopen en er een strik in te leggen. Dat koord rijg je door de bovenste lossenopeningen. Als je weer bij het begin bent, leg je er een dubbele knoop in en maak een strikje. De bovenrand zit nu stevig vast en kan niet naar beneden zakken.
Als laatste rijg je een draad door de onderste rij stokjes aan de onderkant van het potje. Trek de cirkel strak zodat de eerste stokjestoer onder de bodem blijft zitten. Dubbele knoop erin en de draadjes wegwerken.

Je windlichtje is klaar.

Het kleinste, blauwe potje heb ik omhaakt met lossenboogjes van 4 lossen, zonder de picootjes. Verder op dezelfde manier als hierboven beschreven.

Je kunt de bovenrand ook afwerken door in plaats van 5 stokjes, vasten te haken. Haak dan een toer picootjes minder. Minder in elke toer een aantal vasten zodat de rand strak tegen het potje komt te zitten. Je haakt deze toeren als het hoesje om het potje zit.

Veel plezier met haken en van je windlichtjes. Leuk om te houden, maar ook leuk om weg te geven.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten